direct naar inhoud van Artikel 2.2 Spoorwegdoeleinden(nader uit te werken)
Plan: Bestemmingsplan Arnhem Centraal
Status: onherroepelijk
Plantype: ex art. 10 WRO beheer/ontwikkeling
IMRO-idn: NL.IMRO.02020000586-

Artikel 2.2 Spoorwegdoeleinden(nader uit te werken)

2.2.1. Doeleinden

De op de plankaart als bestemming 'Spoorwegdoeleinden (nader uit te werken)' aangegeven gronden zijn bestemd voor:

- Personen- en goederenvervoer per spoorlijn, met de daarbij horende technische en administratieve voorzieningen (zoals bouwwerken/gebouwen voor energievoorziening ten behoeve van het treinverkeer; wacht- en werkruimtes voor het spoorwegpersoneel);

- Over- en onderbouwingen ten behoeve van het langzaam verkeer (zoals loopbruggen en tunnels), overkappingen en perronaansluitingen.

- Dienstverleningsdoeleinden - Station

- Dienstverleningsdoeleinden - Horeca

- Dienstverleningsdoeleinden - Winkels

2.2.2. Bebouwing

Op de in lid 1 van dit artikel genoemde gronden mogen uitsluitend ten dienste van de in lid 1 genoemde doeleinden passende gebouwen en bouwwerken, alsmede geluidwerende voorzieningen, worden opgericht, met inachtneming van de op de plankaart aangegeven maximum-bouwhoogtes en maximum-bebouwingspercentages.

2.2.3. Verboden gebruiksbepaling

I. Burgemeester en Wethouders werken de globale bestemming 'Spoorwegdoeleinden (nader uit te werken)' uit overeenkomstig het bepaalde in artikel 11 Wet op de Ruimtelijke Ordening met inachtneming van de navolgende regelen:

a. Een (neven-)station is mogelijk tot een totaal bruto-vloeroppervlak van 750 m2.

b. Winkels en horecabedrijven zijn mogelijk tot een maximum bruto-vloeroppervlak van 500 m2 gezamenlijk.

c. Bij eventuele herinrichtingen van de terreinen dienen de spoortaluds ecologisch zo waardevol mogelijk te blijven.

d. Het (Hoofd)station zal gerealiseerd worden op of nabij de lokatie van het huidige Stationsgebouw.

II. Bij de in lid I van dit artikel bedoelde uitwerking zijn Burgemeester en Wethouders bevoegd af te wijken van de op de plankaart aangegeven grens van de bestemming 'Spoorwegdoeleinden (nader uit te werken)', indien het afwijkingen van ondergeschikte betekenis betreft (maximaal 10 meter ter weerszijden van deze bestemmingsgrens en maximaal 25 meter ter weerszijden van de bestemmingsgrens C/V(u)-S(u) oostelijk van de Renssenstraat tot en met het huidige stationsgebouw) en deze nodig of wenselijk blijken te zijn voor de uitvoering van een overigens met inachtneming van het bestemmingsplan ontworpen bouwplan en/of inrichtingsplan. De bestemmingplangrens mag bij deze afwijking niet overschreden worden.

III. Het bouwen dient plaats te vinden overeenkomstig de uitwerking(en) door Burgemeester en Wethouders, als bedoeld in de vorige leden van dit artikel.

IV. Procedure

Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in artikel 4 lid 3 I is de in afdeling 3.4. van de Algemene Wet Bestuursrecht geregelde procedure van toepassing.

2.2.4. Verboden gebruiksbepaling

Onder gebruik van gronden en opstallen, in strijd met de bestemming, als bedoeld in artikel 14, wordt in ieder geval begrepen gebruik van gronden en opstallen voor de uitoefening als rangeerterrein en opstelterrein voor goederenvervoer van gevaarlijke stoffen.