| Plan: | Bestemmingsplan Bestuurskwartier |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0202.791-0301 |
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing opgericht mag worden. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar mogelijk worden gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. De bestaande situatie is hierbij het uitgangspunt.
Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. Deze situatie kan gaandeweg de planperiode wijzigen, bijvoorbeeld door veranderd stedenbouwkundig inzicht, functiewijziging veranderingen in gebruik. Ook ruimtelijke ontwikkelingen en vernieuwing van o.a. ruimtelijk, economisch, verkeerskundig en milieubeleid dragen bij aan de veroudering van geldende bestemmingsplannen.
Om recht te doen aan een goede ruimtelijke ordening binnen het plangebied wordt daarom aangegeven in welke situaties de bestemming wordt gekozen gelijk aan de oude bestemming (na strijdige situatie te hebben gewraakt) en in welke situaties een nieuwe bestemming wordt gegeven (positief bestemmen), waarmee de strijdige situatie wordt gelegaliseerd. Daarnaast wordt, indien van toepassing, aangegeven wanneer een strijdige situatie onder het overgangsrecht wordt gebracht.
In deze paragraaf worden de keuzes die zijn gemaakt nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld.
In de volgende subparagrafen worden de afzonderlijke bestemmingen die voorkomen in het bestemmingsplan besproken. Er kan worden gekozen om bepaalde bestemmingen in één subparagraaf te behandelen zoals Bedrijf en Bedrijf - Nutsvoorziening, Groen en Groen - Park en de Verkeersbestemmingen.
Per bestemming wordt ingegaan op:
Deze bestemming is bedoeld voor nutsbedrijven of soortgelijke instellingen. Dit zijn bedrijven, gericht op de levering van elektriciteit, gas, water en warmte, de verzorging van telecommunicatie of de afvoer en verwerking van afvalstoffen. Deze bestemming geldt voor het nutsgebouw in het westelijk deel van het bestemmingsplan aan het Paradijs.
Er is gekozen om deze voorzieningen/bedrijven specifiek als nutsvoorziening te bestemmen. Een algemene bedrijfsbestemming maakt naast nutsvoorzieningen op deze locatie ook andere bestemmingen mogelijk zoals een autobedrijf en dat is niet wenselijk.
Naast de nutsvoorzieningen/-bedrijven die expliciet zijn bestemd (zoals de waterzuiveringsinstallatie), zijn er nutsvoorzieningen van geringe omvang zoals transformatorstations en schakelhuisjes, die niet apart bestemd zijn. Voor dergelijke voorzieningen kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning afwijken tot maximaal 75 m3 binnen elke bestemming.
In de geldende bestemmingsplannen is deze nutsvoorzieningen op vergelijkbare wijze bestemd.
De bebouwing langs de Rijnkade, aan het Eusebiusplein en langs de westelijke rand van de Markt is bestemd als 'Centrum' (artikel 4). Dit is een verzamelingbestemming waarin stedelijke functies zoals detailhandel, horeca (met uitzondering van nachtclubs, discotheken en coffeeshops), kantoren maar ook de functies wonen en maatschappelijk zijn toegestaan. Dit betekent dat deze functies onderling uitwisselbaar zijn. Dit zorgt voor flexibiliteit bij de invulling van het winkelcentrum. Zo kan een bakkerij worden vervangen door een kapper etc. De boven de begane gronden gelegen bouwlagen zijn uitsluitend bestemd voor wonen, behalve langs de Rijnkade en de Markt, waar ook horeca op de verdieping is toegestaan, alsmede in de bebouwing noordelijk van het Eusebiusplein, waar ook kantoren op de verdieping zijn toegestaan.
In het vigerende bestemmingsplan Rijnkade-Paradijs hebben deze gronden eveneens een centrumbestemming. De in deze bestemming opgenomen functionele en bebouwingsmogelijkheden zijn zoveel mogelijk overgenomen.
De bestemming 'Gemengd - 1' (artikel 5) is een verzamelbestemming voor twee of meer verschillende functies.
Deze bestemming ziet op de gronden in het zuidoostelijk deel van het plangebied. In het vigerende bestemmingsplan 'Kadestraat"hebben deze gronden de bestemming "Kantoren", waarin kantoren, showrooms en bedrijven zijn toegestaan. Het gebruik als showroom is niet (meer) actueel, vandaar dat deze bestemming is vervangen door het wel actueel gebruik als museum in een gedeelte van het bestemmingsgebied ten behoeve van het Airbornemuseum. Voorts zijn in het nieuwe plan kantoren en dienstverlenende bedrijven mogelijk gemaakt.
Bebouwingsmogelijkheden zijn grotendeels gelijk gebleven.
Het pand in de noordoosthoek van het plangebied heeft deze bestemming (artikel 6) gekregen.Ook hier betreft het een verzamelbestemming voor een drietal functies: wonen op de verdieping, detailhandel en dienstverlenende bedrijven.
De nieuwe bestemmingen, evenals de bebouwingsmogelijkheden zijn zoveel mogelijk uit het geldende bestemmingsplan "Prinsenhof" overgenomen, waarbij de functie showrooms' is vervangen door 'detailhandel', ten behoeve van de op de begane grond aanwezige winkel.
De in het plangebied aanwezieg groenvoorzieningen zijn bestemd als 'Groen' (artikel 7) of 'Groen-landschap en park' (artikel 8).
De groenstroken die structuurbepalend zijn op wijkniveau, zijn bestemd als "Groen". Binnen deze bestemming is het toegestaan om groen in de breedste zin (grasvelden, struiken, speelvelden) aan te leggen en in stand te houden. Het aanleggen van voetpaden, fietspaden en voorzieningen voor bestemmingsverkeer zijn eveneens toegestaan. Wegen voor doorgaand autoverkeer en parkeren zijn niet toegestaan.
Bebouwing binnen de groenbestemming is uitsluitend toegestaan indien dit binnen de bestemming past zoals verlichting met een maximumbouwhoogte van 4 meter.
De grotere groengebieden die een landschappelijke, ecologische of recreatieve functie hebben, zijn bestemd als 'Groen landschap en park'. Dit is een zwaardere bestemming dan groen omdat hieraan een omgevingsvergunningstelsel voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is gekoppeld. Dat betekent dat binnen de bestemming een omgevingsvergunning noodzakelijk is om bepaalde werkzaamheden uit te voeren zoals het aanleggen van verharding en het kappen van bomen.
Binnen de bestemming 'Groen-Landschap en park' is geen bebouwing toegestaan. Er is wel een afwijking mogelijk indien kan worden aangetoond dat de bebouwing geen afbreuk doet aan het park. Het gaat dan om bebouwing die past binnen de bestemming zoals speeltoestellen waarbij een maximumbouwhoogte geldt van 4 meter.
Binnen de vigerende plannen zijn alle bovengenoemde gebieden als 'openbaar groen' bestemd. Deze bestemming is vergelijkbaar met de 'Groen' bestemming uit het nieuwe plan. Het groengebied langs de John Frostbrug heeft dus een 'zwaardere' bestemming gekregen.
In plangebied zijn voornamelijk aan het openbaar bestuur gelieerde functies als gerechtshof en rechtbank, openbaar ministerie alsmede het provinciebestuur gevestigd. Deze functies worden in de SVBP2008 als publieke dienstverlening binnen de bestemming 'Maatschappelijk aangemerkt. In het bestemmingsplan hebben deze functies dan ook de bestemming 'Maatschappelijk' (artikel 9) gekregen.
Het vigerende bestemmingsplan kent voor deze functies de bestemming 'Overheidskantoren'. In vergelijking met deze functies is de nieuwe bestemming ruimer, aangezien het hierbij niet uitsluitend om kantoren hoeft te gaan, maar dat ook andere publieke functies zijn toegestaan.
In verband daarmee is het bestaande plan opgenomen vrijstellingsbevoegdheid om op een aantal plaatsen binnen de bestemming ook 'gewone' kantoren toe te laten geschrapt, mede gelet op de huidige problematiek met betrekking tot de leegstand van kantoren.
De bestemming verkeer is opgedeeld in een tweetal 'sub-bestemmingen' te weten:
Hieronder wordt ingegaan op deze drie sub-bestemmingen
Verkeer - Verblijfsgebied
De bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' geldt voor woonerven, woonstraten, parkeerplaatsen, voet- en fietspaden, speelplaatsen en buurtgroen. Dit zijn dus voornamelijk wijken (30 km/uur zones) waar de verblijfsfunctie belangrijker is dan de verkeersfunctie. De inrichting van de wegen is hierop afgestemd.
Verkeer - Wegverkeer
De bestemming "Verkeer - Wegverkeer" is bedoeld voor wegen die een doorgaand karakter hebben. Vaak zijn dit wegen waar maximaal 50 km/uur gereden mag worden. Onder andere wegen, voet- en fietspaden, parkeerplaatsen, bushaltes met wachtruimten, trottoirs en groenaanleg zijn mogelijk in deze bestemming.
In de vigerende plannen geldt voor alle verkeersfuncties de bestemming 'Verkeersdoeleinden'.
Functie
De woningen in het plangebied zijn opgenomen in de bestemming 'Centrum' (artikel 4) langs de Rijnkade en Eusebiusplein en 'Gemengd 2' aan de Walburgstraat.
Verscheidene woonvormen zoals gezinsbewoning, bejaardenhuizen, kamerbewoning (tot maximaal 4 personen), serviceflats, etc. Er is geen onderscheid gemaakt tussen vrijstaande-, halfvrijstaande-, aaneengesloten- en gestapelde woningen. Bijzondere woonvormen, niet specifiek gericht op therapeutische behandeling, passen ook binnen deze bestemming.
Binnen de bestemming 'Wonen' zijn in principe beroepsmatige activiteiten toegestaan. Om hinder voor de directe omgeving te voorkomen is hieraan wel een aantal voorwaarden verbonden. In de eerste plaats mag slechts een gedeelte van de woning, inclusief de bijgebouwen (maximaal 1/3 van de totale vloeroppervlakte van de woning) worden gebruikt als praktijkruimte door de bewoner. Is er meer dan 1/3 van de woning in gebruik voor het uitoefenen van een beroep, dan is er geen sprake meer van een 'beroep aan huis' en derhalve strijd met het bestemmingsplan. Voorts mag door dit gebruik geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat (bijvoorbeeld beperkte reclamemogelijkheden) noch een onevenredige parkeerdruk ontstaan. Tot slot zijn er vormen van beroepsuitoefening expliciet uitgezonderd, omdat ze te veel overlast voor de omgeving veroorzaken (detailhandel, prostitutie, horeca-activiteiten en beroepen die milieuoverlast veroorzaken).
In de bestemming "Wonen" zijn woonwagens, woonschepen en bijvoorbeeld gevangenissen en asielzoekerscentra niet inbegrepen. Deze vormen van wonen zijn, indien van toepassing, in een specifieke vorm van de woonbestemming opgenomen.
In de vigerende plannen is de woonbestemming op vergelijkbare wijze opgenomen.
De SVBP 2008 geeft ook de mogelijkheid dubbelbestemmingen op te nemen. Dubbelbestemmingen zijn bestemmingen die liggen over meerdere enkelbestemmingen en daar iets over zeggen. In dit bestemmingsplan zijn een aantal dubbelbestemmingen opgenomen, te weten:
Hieronder worden deze bestemmingen kort toegelicht
Leiding-riool
In het plangebied liggen twee hoofdleidingen voor het transportriool. Deze leidingen zijn primair bestemd als rioolleiding. De onderliggende bestemmingen zijn hieraan ondergeschikt. Voor de zone van deze leiding zijn beperking van bouwmogelijkheden opgenomen. Bouwen ten behoeve van de secundaire bestemmingen is bij recht allen mogelijk als het vervanging of vernieuwing betreft. Verder is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen.
Daarnaast is een omgevingsvergunningstelsel voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden opgenomen, ten aanzien van werken en werkzaamheden in en aan de grond.
In de vigerende bestemmingsplannen is deze bestemming niet opgenomen en worden de leidingen ook niet op een andere wijze beschermd.
Waarde - Archeologie
Deze dubbelbestemmingen gelden voor de gebieden waarvoor een verschillende archeologische verwachtingskans geldt. Dit artikel bevat een aantal naast de andere bestemmingsbepalingen geldende beschermende bouwregels en nadere eisen. De zone waarbinnen sprake is van een archeologisch waardevol gebied, hoge archeologische verwachting, middelhoge verwachting en lage archeologische verwachting zijn op de plankaart nader aangeduid. Daarnaast is in de regels geregeld dat ter plaatse van de op de plankaart aangegeven zone een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden alleen mag worden afgegeven wanneer blijkt dat hierbij geen archeologische waarden worden geroerd. Daartoe geldt een onderzoeksplicht. De uitkomst van dit onderzoek is dat, voordat een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt afgegeven, het inzichtelijk moet zijn dat hierbij geen archeologische waarden worden geroerd.
In de vigerende bestemmingsplannen was deze bestemming niet opgenomen en zijn de archeologische waarden ook niet op een andere wijze beschermd.
Waarde Cultuurhistorie
Een gedeelte van de gronden, waaronder de Markt en de aangrenzende bebouwing, maakt onderdeel uit van het gemeentelijk beschermd stadsgezicht "Binnenstad en Singels". Over deze gronden is de dubbelbestemming "waarde - Cultuurhistorie" gelegd, ter bescherming van de aanwezige cultuurhistorische waarden. In de regels is daartoe opgenomen dat burgemeester en wethouders nadere eisen met betrekking tot de afmetingen van de bebouwing en de helling van daken kunnen stellen. Daarnaast is de op de Markt aanwezige laanstructuur middels de aanduiding "specifieke vorm van waarde 1 extra beschermd door een omgevingsvergunningenstelsel (aanlegvergunning) in de regels.
Waterstaat-Waterkering
De Rijnkade grenzend aan de binnenstad van Arnhem heeft een beschermingszone. Deze beschermingszone valt binnen dit bestemmingsplan. Voor de beschermingszone is de Keur van het waterschap van toepassing. De waterkering wordt in dit artikel primair bestemd als 'Waterstaat - Waterkering Dit om de bescherming van de waterkering te garanderen.
In de vigerende bestemmingsplannen is de waterkering eveneens via een daarop toegesneden bestemming beschermd.