direct naar inhoud van Artikel 2.15 Landgoed
Plan: Bestemmingsplan Buitengebied Arnhem Noord 2007
Status: onherroepelijk
Plantype: ex art. 10 WRO beheer/ontwikkeling
IMRO-idn: NL.IMRO.02020000701-

Artikel 2.15 Landgoed

2.15.1. Doeleinden

De op de plankaart als "Landgoed" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. woondoeleinden, zoals bedoeld in artikel 2.14;
  • b. het behoud of herstel van de op deze gronden voorkomende, dan wel daaraan eigen cultuurhistorische waarden, natuurwaarden of landschapswaarden ;
  • c. wegen ten behoeve van bestemmingsverkeer;
    voor het daartoe als zodanig op de plankaart aangegeven gebied zijn de gronden tevens bestemd voor:
  • d. verblijfsrecreatief gebruik van kampeermiddelen;

2.15.2. Bouw- en gebruiksvoorschriften

Op deze gronden, voorzover binnen het bouwvlak gelegen en met inachtneming van de op de plankaart aangegeven maximumbouwhoogte en voorzover aangegeven, het bebouwingspercentage mogen uitsluitend in de gegeven bestemming passende gebouwen en andere bouwwerken worden gebouwd, met dien verstande dat:

  • a. de hoogte van 80+NAP niet mag worden overschreden;
  • b. op de gronden met kadastraal nummer 1292, sektie H de volgende bouwwerken mogen worden gebouwd:
    - een woning met bijgebouwen;
    - alsmede een stalling voor rijdieren en rijtuigen, een boswachterswoning, een zwembad, een tuinhuisje, een kas en pompgebouw.
  • c. op de gronden van het landgoed "Laag Erf"de volgende bouwwerken mogen worden gebouwd:
    1.
    2. in het noordelijk bouwvlak maximaal één woning met bijgebouwen.
    3. terplekke van de aanduiding is een "oriëntatieobject" toegestaan.
  • d. Voorzover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met 'tevens bestemd voor camping' mogen de gronden worden gebruikt voor het kamperen, zoals bedoeld in lid 1 onder d, met maximaal 10 kampeermiddelen (daaronder niet begrepen sta-caravans).

2.15.3. Vrijstelling

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 2.15.2 voor:

  • a. het oprichten van een vergunningplichtige erf- of terreinafscheiding tot maximaal een bouwhoogte van 2,75 meter mits deze niet strijdig is met de in lid 1 vermelde doeleindenomschrijving;

b. een vergroting van de maximumbouwhoogte van de middelste woning met maximaal 1,5 meter, ten behoeve van een bouwkundige accentuering, tot maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van de woning.

2.15.4. Strijdig gebruik

Onder gebruik van gronden en opstallen in strijd met de bestemming, als bedoeld in artikel 2.10.1 van deze voorschriften, wordt in ieder geval begrepen het gebruik van gronden voor recreatieve doeleinden, anders dan bedoeld in 2.15.1 onder d.

2.15.5. Aanlegvergunning

Het bepaalde in artikel 2.28 is van toepassing.