| Plan: | Bestemmingsplan Arnhem Centraal |
|---|---|
| Status: | onherroepelijk |
| Plantype: | ex art. 10 WRO beheer/ontwikkeling |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.02020000586- |
De op de plankaart als 'Spoorwegdoeleinden/Verkeersdoeleinden (nader uit te werken)' gronden zijn op het viaductniveau van de lokatie Zijpendaalseweg-Willemsplein bestemd voor personen- en goederenvervoer per spoorlijn, met de daarbij horende technische en administratieve voorzieningen, en op het maaiveldniveau van dezelfde lokatie bestemd voor de aanleg en bouw van wegen, met de daarmee samenhangende voorzieningen.
Op de lokatie Bovenbrugstraat zijn eerstgenoemde gronden op viaductniveau bestemd voor een overbouwing ten behoeve van het langzaam verkeer, op maaiveldniveau zijn deze gronden bestemd voor personen- en goederenvervoer per spoorlijn, met de daarbij behorende technische en administratieve voorzieningen.
Op de in lid 1 van dit artikel genoemde gronden mogen uitsluitend ten dienste van de in lid 1 genoemde doeleinden passende gebouwen en bouwwerken, alsmede geluidwerende voorzieningen worden opgericht.
I. Burgemeester en Wethouders werken de bestemming 'Spoorwegdoeleinden/Verkeersdoeleinden (nader uit te werken)' uit overeenkomstig het bepaalde in artikel 11 Wet op de Ruimtelijke Ordening met inachtneming van de navolgende regelen:
a. de verkeersinfrastructuur wordt zodanig ontworpen, dat zoveel mogelijk de ongestoorde afwik- keling van het openbaar vervoer voorrang heeft boven andere verkeerssoorten;
b. de verkeersinfrastructuur zal worden voorzien van vrijliggende busbanen;
c. de verkeersinfrastructuur zal worden voorzien van vrijliggende fietspaden;
d. de algemene inrichting zal overeenkomen met het bereikte kwaliteitsniveau bij de herinrichting van de binnenstad.
II. Bij de in lid I van dit artikel bedoelde uitwerking zijn Burgemeester en Wethouders bevoegd af te wijken van de op de plankaart aangegeven grens van de bestemming 'Spoorwegdoeleinden/Verkeersdoeleinden (nader uit te werken)', indien het afwijkingen van ondergeschikte betekenis betreft (maximaal 10 meter ter weerszijden van deze bestemmingsgrens) en deze nodig of wenselijk blijken te zijn voor de uitvoering van een overigens met inachtneming van het bestemmingsplan ontworpen bouwplan en/of inrichtingsplan. De bestemmingsplangrens mag bij deze afwijking niet overschreden worden.
III. Het bouwen dient plaats te vinden overeenkomstig de uitwerking(en) door Burgemeester en Wethouders, als bedoeld in de vorige leden van dit artikel.
IV. Procedure
op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in artikel 6 lid 3 I is de in afdeling 3.4. van de Algemene Wet Bestuursrecht geregelde procedure van toepassing.