direct naar inhoud van 4.2 Afzonderlijke aspecten
Plan: Bestemmingsplan Bestuurskwartier
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0202.791-0301

4.2 Afzonderlijke aspecten

4.2.1 Geluid

Het bestemmingsplan Bestuurskwartier is conserverend bestemd. Binnen dit beheerbestemmingsplan vinden geen nieuwe planologische wijzigingen plaats. Het plan is daarom niet getoetst aan de Wet geluidhinder en het gemeentelijk geluidbeleid.

Conclusie

De Wet geluidhinder en het Arnhemse beleidsplan geluid leggen geen belemmeringen op voor het vaststellen van het bestemmingsplan “Bestuurskwartier”.

4.2.2 Luchtkwaliteit

Planologische ontwikkelingen worden binnen dit bestemmingsplan niet mogelijk gemaakt. Daarom is een onderzoek naar luchtkwaliteit achterwege gelaten.

Conclusie

Het gebied staat volgens de monitoringstool niet bekend als een luchtkwaliteitknelpunt. Doordat er verder geen nieuwe planologische wijzigingen plaatsvinden, vormt luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de vaststelling van het plan.

4.2.3 Hinder

Binnen het plangebied bevinden zich onder andere woningen, (overheids)kantoren, dienstverlenende bedrijven, detailhandel en horeca.

Op basis van de VNG brochure bedrijven en milieuzonering geldt voor bedrijven/inrichtingen een richtafstand ten opzichte van woningen binnen woongebieden of gemengde gebieden (wonen naast werken). De inrichtingen binnen het plangebied, dat gezien wordt als een gemengd gebied, betreffen vooral milieucategorie 1 en 2 inrichtingen. Binnen een gemengd gebied geldt voor milieucategorie 1 inrichtingen ten opzichte van woningen geen richtafstand. Voor milieucategorie 2 bedrijven geldt ten opzichte van woningen een richtafstand van 10 meter.

Bij ontwikkelingen binnen de richtafstand kan gemotiveerd van deze afstand worden afgeweken. De bedrijven/inrichtingen binnen het plangebied hebben een milieuvergunning waarbij getoetst is ten opzichte van de dichtstbijzijnde woningen. Er zijn geen nieuwe ontwikkelingen binnen het plangebied voorzien.

Conclusie

Vanuit hinder zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.

4.2.4 Externe veiligheid

Binnen het plangebied zijn geen risicovolle activiteiten aanwezig. Daarnaast ligt het plangebied niet binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit.

Verantwoording groepsrisico

Het groepsrisico (GR) is de kans dat in een keer een groep mensen van tenminste een bepaalde grootte komt te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongeval met (gevaarlijke) stoffen. De norm voor het GR is een oriënterende waarde

Omdat het plangebied niet ligt binnen het invloedsgebied van het groepsrisico wordt er geen verantwoording van het groepsrisico opgesteld.

Conclusie

Vanuit externe veiligheid zijn er geen voorwaarden omdat het plangebied niet voorziet in nieuwe risicovolle activiteiten. Daarnaast ligt het plangebied niet binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit.

4.2.5 Groen en ecologie

Beschrijving bestaande situatie

Natuurwaarden 2005 en 2009

In 2005 en 2009 is voor het gebied Rijnboog een natuurwaardenonderzoek uitgevoerd.

Binnen het plangebied Bestuurskwartier komen vogels en vleermuizen voor.

Verder zijn de volgende bevindingen van belang:

  • Op de muur van de boven en onderkade groeit de muurvaren, muurleeuwenbek en de muurpeper. Deze planten zijn niet beschermd maar wel kenmerkend voor de stad.
  • Verspreid over het gebied nestelt de merel, vink, pimpelmees, spreeuw en de koolmees in oude bomen en struiken.
  • De huismus en de gierzwaluw nestelen in gebouwen in het zuidwesten van het plangebied . De nesten zijn jaarrond beschermd.
  • De Gewone dwergvleermuis verblijft in gebouwen net buiten het plangebied. In het plangebied zijn wel paarroepen gehoord van individuele gewone dwergvleermuizen. Mogelijk zijn er in gebouwen binnen het plangebied een aantal individuele verblijven van de gewone dwergvleermuis. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn strikt beschermd.

Bij eventuele ingrepen in gebouwen (renovatie, sloop) moet de initiatiefnemer rekening houden met nesten van de huismus en verblijven van de gewone dwergvleermuis. Behoud of mitigatie van de verblijven conform de Flora- en faunawet is dan aan de orde.

Groenplan 2004

Het structurele groen in het plangebied is het groen van De Singels en het Groenewoudplantsoen, de bomen aan de kade en op de Markt en het groen voor het gerechtsgebouw.

Bomenlijst

Bij eventuele ingrepen in dit groen (verwijderen) moet de initiatiefnemer het groen behouden of compenseren conform de groencompensatieregels uit het Groenplan 2004. Waardevolle bomen mogen niet gekapt worden.

Conclusie en aanbevelingen

Er zijn geen beperkingen.

4.2.6 Water

Beschrijving van de watersystemen in het plangebied

Het maaiveld binnen het plangebied heeft een bijzonder verloop. Het laagste gedeelte bevindt zich bij het Paradijs/Ariën Verhoeffstraat op 12,30 m + NAP. Van daaruit loopt het maaiveld weer op:

richting de noordoostelijke punt van het plangebied (het Airborneplein) naar 14,70 m + NAP;

richting de hoek Rodenburgstraat met de Rijnkade naar 13,70 m + NAP;

richting de John Frostbrug naar 14 m + NAP.

Oppervlaktewater

In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Langs de zuidzijde van het plangebied stroomt de Neder-Rijn.

Grondwater

Het grondwater binnen het plangebied maakt onderdeel uit van het grote grondwatersysteem dat vanaf de Veluwe richting de Betuwe stroomt. Vanuit dit grote systeem mag het grondwater verwacht worden op 8,5 tot 9 m + NAP. Vanuit het bestaande maaiveld betekent dit dat het grondwater zich op 4 tot 6 meter beneden het maaiveld bevindt (de ontwateringsdiepte). Deze ontwateringsdiepte levert, uitgezonderd bij ondergronds bouwen, geen problemen op.

Uit metingen blijkt echter dat de grondwaterstand fors kan fluctueren. Dit effect wordt veroorzaakt door de waterstanden op de rivier. Het laag gelegen gebied rondom het Paradijs/Ariën Verhoeffstraat is dan ook het meest gevoelig voor hogere grondwaterstanden. Uit onderzoek in het gebied blijkt dat de ontwateringsdiepte hier kan fluctueren tussen de 4,5 m en 0,5 m. Aangezien het overige plangebied een hoger maaiveld heeft, neemt de ontwateringsdiepte dan ook toe.

In de gevarieerde, grotendeels zandige ondergrond, kunnen leem- of kleilagen voorkomen. Deze lagen kunnen lokaal grote afwijkingen veroorzaken ten opzichte van de te verwachten grondwaterstand.

Regen- en afvalwatersysteem

Het gebied is aangesloten op een gemengd rioolstelsel, met uitzondering van een stuk van de Rijnkade. De ligging van het plangebied aan het einde van het rioleringsysteem is de reden dat in en rond het plangebied enkele grote riolen liggen. Deze grote riolen transporteren het afvalwater van de verderaf gelegen wijken naar het rioolgemaal bij de John Frostbrug.

Om overbelasting bij forse regenval te voorkomen heeft een rioolstelsel nooduitlaten, overstorten genaamd. Twee van deze overstorten bevinden zich net buiten het plangebied: de één in het verlengde van de Vossenstraat de ander in het verlengde van de Badhuisstraat.

Waterkering

Aan de zuidzijde van het plangebied ligt de noordelijke waterkering van de Neder-Rijn. De waterkering heeft binnen het plangebied twee verschijningsvormen: het westelijke deel, tot aan het restaurant Humphrey's, als muur en het oostelijke deel als groene dijk. De waterkering is in eigendom van de gemeente Arnhem, de verantwoordelijkheid voor een veilige waterkering ligt bij het waterschap Rijn en IJssel. De Lage Kade vormt geen onderdeel van de waterkering zelf, maar is wel van groot belang voor de stabiliteit van de waterkering. Ter bescherming van de waterkering is een beschermingszone aangewezen, bestaande uit een kernzone en een binnenbeschermingszone. De kernzone heeft binnen het plangebied een variabele breedte van 5 tot 15 m. Evenwijdig aan de kernzone ligt de binnenbeschermingszone. Deze heeft een breedte van 5 m op maaiveld en gaat ondergronds verder onder een denkbeeldige lijn van 1:5. Daarnaast wordt de waterkering beschermd door het 'profiel van de vrije ruimte'. Dit profiel is bedoeld om toekomstige dijkaanpassingen mogelijk te maken en is vooral vertikaal gericht. Het 'profiel van de vrije ruimte' valt binnen de beschermingszone en is dan ook niet apart aangegeven op de plankaart.

De verschillende zones en het 'profiel van de vrije ruimte' zijn gedetailleerd en gedifferentieerd aangegeven op de legger van het waterschap. Deze legger wordt beschermd door de Keur.

Conclusie en aanbevelingen

Overleg met het waterschap

De waterparagraaf is ter informatie opgestuurd naar het waterschap Rijn & IJssel. Eventuele aanvullingen zijn opgenomen in de tekst.

afbeelding "i_NL.IMRO.0202.791-0301_0020.jpg"

figuur 13, Waterattentiekaart

Aandachtspunt

Aandacht voor de op de waterattentiekaart aangegeven voorzieningen. Deze mogen niet worden beperkt in het functioneren.

4.2.7 Bodem

Beschrijving bodemkwaliteit in het bestemmingsplangebied

Voor het bestemmingsplan Bestuurskwartier is als eerste met behulp van het bodeminformatiesysteem van de gemeente Arnhem een inventarisatie uitgevoerd naar de bekende (mogelijke) gevallen van ernstige bodemverontreiniging in het betreffende plangebied.

Uit de inventarisatie is gebleken dat in het bestemmingsplangebied de volgende (mogelijke) gevallen van ernstige bodemverontreiniging aanwezig zijn:

Adres   BISnr.   Status   Omschrijving  
Rodenbrugstraat 61-67   3937   Contour uit nader onderzoek, nog niet beschikt
 
Lood en zink. Afperkingsonderzoek buiten perceel nodig  
Kadestraat 1   373   Contour uit nader onderzoek, nog niet beschikt   lood/zink/PAK  
Trans 20-24   1299   Nader onderzoek beschikt   Lood  
Rodenbrugstraat 25   4160   Nader onderzoek beschikt   Lood, PAK en PCB. Volume is niet bepaald, ook horizontale en verticale afperking niet gebeurd. de spoedeisendheid kan dus nog veranderen  
Eusebiusbinnensingel/Walburgstraat   122   Nader onderzoek en saneringsplan beschikt, evaluatie beoordeeld.
 
Minerale olie en aromaten in grond en grondwater. Gedeeltelijk gesaneerd, omvang huidige contouren niet bekend. Restverontreiniging buiten damwand, niet ingetekend.  
Walburgstraat/Koningstraat   4117   Bus-evaluatie beschikt
 
Betreft bus-sanering tijdelijke uitname  

Direct grenzend aan het bestemmingsplangebied liggen geen grondwaterverontreinigingen.

Uit de inventarisatie is gebleken dat in het bestemmingsplangebied zes gevallen van ernstige bodemverontreiniging aanwezig zijn.

Er zijn geen grondwaterverontreinigingen bekend direct grenzend aan het bestemmingsplangebied.

Conclusie en aanbevelingen

Graafwerkzaamheden binnen de gevallen van grondverontreiniging zijn zonder toestemming van het bevoegde gezag Wet bodembescherming niet toegestaan. Als ter plaatse van grondverontreiniging gegraven moet worden dan zijn mogelijk sanerende maatregelen nodig. Hiervoor dient een BUS-melding dan wel een melding Bodemverontreiniging/-Bodemsanering (met saneringsplan) te worden overlegd aan het bevoegde gezag.

Bemalen in de directe nabijheid van de gevallen van grondwaterverontreiniging is niet zonder meer toegestaan. Als er bemalen gaat worden, dan zal er een bemalingsplan moeten worden opgesteld, waaruit blijkt wat de invloedsfeer en effect van de bemaling op de aanwezige grondwaterverontreinigingen is. Verplaatsing van grondwaterverontreinigingen is op grond van art 28 Wbb niet toegestaan.

De bodemgegevens geven voor het beheerbestemmingsplan voldoende inzicht in de bodemkwaliteit van het plangebied. Voor het huidige beheerbestemmingsplan zijn op grond van de gegevens geen belemmeringen aanwezig. Omdat het een beheerbestemmingsplan betreft, is het onderzoek vooralsnog beperkt tot het uitvoeren van deze inventarisatie. Bij concrete bestemmingsplanwijziging en/of nieuwbouw plannen, waarbij nog onvoldoende inzicht bestaat in de bodemkwaliteit, kan een bodemonderzoek noodzakelijk zijn.

4.2.8 Archeologie

Binnenstad algemeen

Het plangebied ligt in het zuidoostelijke deel van de Arnhemse binnenstad, op de overgang van de stuwwal naar het Rijndal. De oudste bewoning gaat hier terug tot de vroege ijzertijd (800-500 v. Chr.), als ter hoogte van de Jansplaats/het -plein een nederzetting met grafveld wordt gesticht. Van deze locatie zijn ook vondsten uit de Romeinse tijd (12 v. Chr.-476 n. Chr.) en vroege middeleeuwen (476 n. Chr.-1000) bekend, waarbij in relatie tot de vroegmiddeleeuwse vondsten wederom aan een grafveld moet worden gedacht.

Arnhem gaat terug op een Frankisch koningsgoed waarvan de helft in de 8e eeuw werd geschonken aan de abdij Prüm. Het andere deel kwam in beheer bij de graven van Hamaland, de voorlopers van de graven en hertogen van Gelderland. Eén van deze graven schonk zijn domeindeel aan het Sint Vitusklooster te Elten, waar één van zijn dochters adbis was. Dit leidde tot strijd met zijn andere dochter, die het deel in grafelijke handen wilde houden. Uiteindelijk kwam de keizer tussenbeide en verdeelde het domeindeel onder beide partijen. En zo ontstonden de drie domeinen in Arnhem, dat van Prüm, de graven en het Sint Vitusklooster, waarover 13e-eeuwse bronnen ons informeren. De locatie van de genoemde vroegmiddeleeuwse vondsten wordt gelijkgeschakeld met het domein van de graven, dat kort voor de stadsrechtverlening in 1233 door hen als 'nostrum oppidum', ofwel 'onze versterkte plaats' wordt geduid. Ook de Korenmarkt rekenen we hiertoe. De omgeving van de Eusebiuskerk behoorde tot het domein van de abdij Prüm, zich ook uitstrekkend tot de locatie van de Walburgskerk. Kern van dit domein vormde de Sint Maartenskerk, waarvan resten uit het jaar 1000 zijn ongetroffen tijdens archeologisch onderzoek in de Eusebiuskerk, ten zuiden van het koor en in 1959/60. De kerk wordt ook genoemd in een bron die betrekking heeft op het jaar 893. Rondom het bedehuis wordt een nederzetting vermoed, geteisterd en verspoeld geraakt door Rijninvloed. Van dat laatste getuigen dikke pakketten Rijnsediment ter hoogte van de Markt, met vondstmateriaal van vóór de 11e eeuw. Boerderijen uit 950-1200 die in het Musiskwartier zijn gevonden, lagen op het saalland van dit domein, dat direct door de heer werd geëxploiteerd. Hierbij schakelde hij boeren in, die in ruil voor landbewerking producten in natura moesten afstaan, een geldsom moesten betalen en herendiensten verrichtten. Het domein van het Sint Vitusklooster fungeerde op dezelfde wijze; dat plaatsen we ten noordoosten van de binnenstad. Het is denkbaar dat zich in het grafelijke domein residentiegebouwen bevonden, vanaf 1200 aangevuld of plaats makend voor de Commanderij van Sint Jan.

Na de stadsrechtverlening begon men met de bouw van de stadsmuren; in de 13e eeuw had het hele gebied van de huidige binnenstad al een bestemming. Als hoofdstraten fungeerden de assen Koningstraat-Oeverstraat en Jansstraat-Weverstraat-Oeverstraat. Hierlangs, in en nabij de domeinen, bevond zich bebouwing. Het zuidwestelijke deel van de binnenstad was tot aan 1150 de locatie van een kogelpotatelier, hetgeen wijst op beginnende commercie. Mogelijk ontstonden in deze tijd ook de straten vernoemd naar een specifiek ambacht zoals de Bakkerstraat, Vijzelstraat, etc.

In ieder geval in de 14e eeuw was de stad volledig ommuurd; de vier hoofdpoorten (Rijnpoort, Sabelspoort, Velperpoort en Janspoort) bestonden toen al, met de Velperpoort als oudste bakstenen variant (13e eeuw). De bevolkingsdruk begon zich toen al te laten gelden, wat leidde tot een verkleining van percelen. In krap 100 jaar was de bevolking in 1350 verdubbeld naar 4000 inwoners in 1450. Bebouwing was van hout of leem, wat tot meerdere stadsbranden leidde. In 1364 en 1419 (2x) vielen respectievelijk 1/3 van de stad en 200 huizen ten prooi aan de vlammen. Geleidelijk aan ging men meer en meer in baksteen bouwen. Het eerste 'versteenden' de huizen in de buurt van de Korenmarkt, in 1225 als Nieuwe Markt en plaats van jaarmarkten in gebruik genomen, de commerciële tegenhanger van de Oude Markt bij de Sint Maartenskerk, plaats waar levensmiddelen werden verhandeld.

Specifiek

In het plangebied vormt de Markt het oudste ruimtelijk element. Al bij de stadsrechtverlening in 1233 spreekt men hier over en hij gaat ongetwijfeld terug tot het oude domein van Prüm. Aan het begin van de 14e eeuw koopt graaf Reinald hier grond van de abdij en sticht er het Prinsenhof, residentie van de graven en liggend ter hoogte van het zuidoostelijke deel van de Markt. In 1309 moet hier ook al een vleeshal hebben gestaan en aan de noordoostzijde bouwde men in de loop van de 14e eeuw Arnhems eerste stadhuis. Het Prinsenhof vormde de opmaat naar de Hof van Gelre en Zutphen, gevestigd vanaf de 16e eeuw in statige panden aan de oostzijde van de Markt. Dit is de kraamkamer van Arnhem als provinciehoofdstad (bestuur en rechtspraak). Bestuursfuncties werden door de adel en rijken vervuld, die de stad met hun panden en landgoederen verfraaiden. Een prachtig bestuursgebouw was het Gouverneurshuis aan de westzijde van de Markt.

De omgeving van de Walburgskerk staat te boek als locatie van een grafelijk hof. Dit was eerst grondgebied van de abdij Prüm, maar in ieder geval aan het einde van de 13e eeuw in handen van de graven.

De Sabelspoort is een van de weinige overblijfselen van Arnhems vesting. Oostelijker, ter hoogte van het Prinsenhof, toonde archeologisch onderzoek de dubbele stadsmuur met buiten de buitenste muur twee beschoeide grachten, gescheiden door een aarden wal. Ook hier was sprake van een 14e-eeuwse datering. De vesting bestond overal uit een dubbele stadsmuur, met uitzondering van het zuidelijke deel die bovendien met een 15e-eeuwse datering jonger is. Hierbij wordt gedacht aan een stadsuitleg. De Arien Verhoeff- en Langstraat markeren de loop van deze stadsmuur, op regelmatige afstand versterkt met muurtorens zoals de in 1951 gesloopte Bolkstoren. De vesting raakte in 1623 zuidelijk uitgebreid naar ontwerp van Simon Stevin, waardoor De Weerdjes binnen de vesting kwam te liggen. Dit was een voormalig uiterwaardengebied, waarbij De Weerdjes als straat rechtstreeks teruggaat op de middeleeuwse vestinggracht. In 1623 kreeg de straat een nieuwe functie, als haven. De zuidelijke uitbreiding van de vesting duidde men aan met het 'Nieuwe Werk'. De Weerdjes fungeert dan als tuinengebied. De Arnhemse vesting bleef tot aan het begin van de 19e bestaan, toen besloten werd deze te slechten om voor lommerrijke singels en plantsoenen plaats te maken. Dan verschijnt ook bebouwing in De Weerdjes, tot dan toe aangeduid als 'Stadstuinen'.

De Jansbeek vertakte zich oostelijk van de Markt om in westelijke richting zijn weg te vervolgen. Sommige onderzoekers zien in de aftakking een bewuste omleiding om deze als gracht te laten fungeren. Hiervoor zijn vooralsnog geen aanwijzingen gevonden. Een aftakking kan ook hebben gediend om het overtollige stadswater naar het laagste punt af te voeren, of om nijverheid van water te voorzien. Aan weerzijden van de Jansbeek ontwikkelde zich vanaf de 13e eeuw een stadswijk.

Conclusie en aanbevelingen

De binnenstad is een locatie waar eeuwen achtereen gewoond is. Dit heeft geleid tot een metersdik bodemarchief, teruggaand tot de pre- en protohistorie, maar met vooral middeleeuwse en nieuwetijdse archeologie. Vandaar dat het grootste deel van het plangebied is aangemerkt als 'archeologisch waardevol gebied'. Het bodemarchief is niet alleen van lokaal, maar in dit geval ook van provinciaal belang.

Waarden zijn:

  • De Markt met bebouwing als oude centrum van het domein Prüm, en bestuurlijk en juridisch middelpunt van het gewest Gelre. De rooilijn is na de Tweede Wereldoorlog in oostelijke richting opgeschoven. De Markt was vroeger kleiner van omvang.
  • Grafelijk hof in de omgeving van de Walburgskerk.
  • De zone bij de midden 15e-eeuwse Eusebiuskerk is archeologisch relevant vanwege de Sint Maartenskerk die er al vanaf 893 stond. De oudste, houten kerkfase is nog niet getraceerd en rondom deze en de Eusebiuskerk bevond zich een kerkhof.
  • Middeleeuwse stadsmuur, met Sabelspoort, en uitbreiding van de vesting uit 1623.
  • De Weerdjes (straat) als vestinggracht en later haven.
  • De Jansbeek, vanaf de 14e eeuw gekanaliseerd.
  • Middeleeuwse stadswijk noordelijk van De Weerdjes, met eerst houten en later bakstenen bebouwing.

Een klein deel van het plangebied heeft een hoge en middelhoge verwachting. De hoge verwachting geldt voor de zone buiten de 17e-eeuwse vestinguitbreiding. Deze lag buiten de stad, maar vanwege de aanwezigheid van een Rijnoeverwal en de goede vestigingslocatie die dergelijke landschappelijke elementen boden, geldt hier een hoge kans op het aantreffen van archeologische waarden uit de pre- en protohistorie. De middelhoge verwachtingskans betreft het tuinengebied van De Weerdjes. Vanwege het gebruik zijn hier weinig sporen ouder dan de 19e eeuw te verwachten, maar wel veel vondstmateriaal in de vorm van middeleeuws en nieuwetijds stadsafval.

afbeelding "i_NL.IMRO.0202.791-0301_0021.jpg"

figuur 14, Archeloogische verwachtingenkaart

4.2.9 Cultuurhistorie

Cultuurhistorische karakteristieken

Het plangebied wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van elementen en structuren uit de middeleeuwen en de 19de eeuw en de grootschalige interventies uit de wederopbouwperiode. Het plangebied bevat diverse cultuurhistorische waarden:

historisch ruimtelijk: 

Uit de middeleeuwse periode resteert nog een aantal elementen in het plangebied: de vorm en ligging van de Markt, tracés van Arien Verhoefstraat (hier liep de oude stadsmuur) en Rodenburgstraat (gedeeltelijk). De Rijnkade, het zuidelijk deel van de Rodenburgstraat, en de verkaveling in de Weerdjes en het Eusebiusplein grijpen terug op de 19e-eeuwse situatie. Een aanzienlijk deel van het plangebied maakt deel uit van het 'wederopbouwplan' van Arnhem, zoals dat in 1947 werd vastgesteld. De ruimtelijke structuren binnen dit plan zijn kenmerkend voor de stedenbouwkundige opvattingen van de wederopbouwperiode. Bovengenoemde ruimtelijke structuren zijn van historisch-stedenbouwkundige waarde.

historisch bouwkundig:

Sabelspoort (middeleeuwen), Waag (18de eeuw), karakteristieke gevelwand aan de westzijde van de Markt (wederopbouw), panden uit de 19e eeuw en eerste helft van de 20e eeuw aan het Eusebiusplein en de Rijnkade; uit de wederopbouwperiode: het Paleis van Justitie, het Provinciehuis en het rijksarchief aan de Markt (zie ook lijst objecten met monumentale status).

waardevol groen: 

Op de Markt staan aan weerszijden linden die nog tamelijk jong zijn, maar een belangrijk element vormen in het aangezicht van de ruimte en verwijzen naar de historische beplanting. Ook staan aan de noordzijde van de Markt drie monumentale paardenkastanjes. Langs de Rijnkade is monumentale beplanting aanwezig in de vorm van merendeels linden en enkele kastanjes. In het Jacob Groenewoudplantsoen staan enkele markante platanen. Ten oosten van de Eusebiusbinnensingel bevindt zich een groene zone, die deel uitmaakt van de groene singels en de groene wandeling van Heuvelink.

Het gebied rondom de John Frost brug heeft (inter)nationale betekenis vanwege de gebeurtenissen bij de Slag om Arnhem. In september 1944 werd bij een poging van de geallieerden om de Arnhemse Rijnbrug te veroveren een groot deel van het stadshart van verwoest. De slag om Arnhem werd verloren en bevolking van de stad en een groot deel van de Betuwe werd door de Duitse bezetter geëvacueerd.

De Markt (met aangrenzende bebouwing) ligt in het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Binnenstad en Singels. Rondom het plangebied bevinden zich cultuurhistorische waarden die historisch ruimtelijk en historisch bouwkundig van belang zijn en met het plangebied een ensemblewaarde delen (bijv. Duivelshuis en Eusebiuskerk uit de Middeleeuwen, inclusief zichtlijnen hierop, en stadhuis).

In het plangebied bevinden zich (potentiële sporen van) de oude vestingwerken.

Op de cultuurhistorische waardenkaart (2007) zijn de cultuurhistorisch waardevolle elementen weergeven.

De volgende objecten hebben een monumentale status:

ADRES   LOCATIE   STATUS   SOORT   BOUWJAAR  
Rijnkade 143   tegenover   Rijksmonument   spuisluis    
Rijnkade 84     Gemeentelijk monument   herenhuis   1860  
Rijnkade 79     Gemeentelijk monument   bedrijfspand met bovenwoningen   1939  
Rijnkade 78     Gemeentelijk monument   bedrijfspand met bovenwoningen   1939  
Rijnkade 76     Gemeentelijk monument   bedrijfspand met bovenwoningen   1939  
Rijnkade 75     Gemeentelijk monument   bedrijfspand met bovenwoningen   1939  
Rijnkade 74     Gemeentelijk monument   bedrijfspand met bovenwoningen   1939  
Rijnkade 73   bij   Gemeentelijk monument   hist. bestrating   1850  
Rijnkade 65     Gemeentelijk monument   herenhuis   1855  
Rijnkade 64     Gemeentelijk monument   herenhuis   1855  
Rijnkade 56     Gemeentelijk monument   herenhuis   1855  
Markt 12     Rijksmonument   poortgebouw    
Markt 11     Rijksmonument   provinciehuis   1950  
Eusebiusplein 37     Gemeentelijk monument   rechter helft van dubbel herenhuis   1910  
Eusebiusplein 36     Gemeentelijk monument   rechter helft van dubbel herenhuis   1910  
Eusebiusplein 35 2     Gemeentelijk monument   herenhuis   1910  
Eusebiusplein 35 1     Gemeentelijk monument   herenhuis   1910  
Eusebiusplein 34     Gemeentelijk monument   herenhuis   1910  
Eusebiusplein 33     Gemeentelijk monument   herenhuis   1865  
Eusebiusplein 32     Gemeentelijk monument   herenhuis   1865  
Eusebiusplein 31 A     Gemeentelijk monument   herenhuis   1865  
Eusebiusplein 31     Gemeentelijk monument   herenhuis   1865  
Eusebiusplein 30 1     Gemeentelijk monument   herenhuis   1865  
Eusebiusplein 29     Gemeentelijk monument   herenhuis   1865  
Eusebiusbuitensingel 49   Bij   Gemeentelijk monument   brug   1932  

Waardering

Een groot deel van het plangebied is te karakteriseren als gebied met hoge cultuurhistorische kwaliteit. Deze kwalificatie omvat die gebieden, waarin verschillende cultuurhistorisch waardevolle componenten in onderlinge samenhang een hoge dichtheid vormen. De waarden kunnen in hoge mate bepalend en kenmerkend worden genoemd voor de huidige karakteristiek van de ruimtelijke structuur en/of het bebouwingsbeeld en vormen als geheel een belangrijke verwijzing naar de historische ontwikkeling van het gebied(sdeel). Zij bepalen kortom de zichtbare historische identiteit van het gebied.

De volgende gebieden hebben hoge cultuurhistorische kwaliteit:

Het gebied rond de Markt maakt deel uit van de middeleeuwse kern van Arnhem, maar werd in de wederopbouw- periode, met behoud van een aantal historische monumenten, grotendeels nieuw ingevuld en ook deels van een nieuwe stedenbouwkundige structuur voorzien. Men vindt in dit gebied een aantal van de belangrijkste “oude” monumenten van Arnhem, zoals de Waag en de Sabelspoort. Jonge monumenten uit de wederopbouwperiode zijn het paleis van justitie, het rijksarchief en het provinciehuis, alle gesitueerd op zeer prominente plekken binnen het wederopbouwplan. Waardevol is ook de westelijke gevelwand van de Markt, met kleinschalige invullingen uit de wederopbouwperiode en in silhouet herinnerend aan de verwoeste bebouwing. Dit gebied is ook in functioneel opzicht belangrijk als centrum van bestuur en rechtspraak.

Aan de zuidzijde sluit het gebied aan op de Rijnkade.

De gehele Rijnkadezône van Roermondsplein tot aan de locatie ten zuiden van het Provinciehuis. Het betreft het gehele tracé van de Rijnkade en aanzienlijke delen van de aan de noordzijde aansluitende gevelwanden en achterliggende verkavelingsstructuren, teruggaand op het derde kwart van de 19de eeuw. Ter hoogte van het Eusebiusplein haakt op het gebied een aantal kavels met 19de-eeuwse historische herenhuizen aan genoemd plein aan.

Verder heeft het singelgebied hoge cultuurhistorische waarde (wandeling van Heuvelink). Het gebied rondom de John Frostbrug heeft zeer hoge historische betekenis vanwege Operatie Market garden in 1944.

Conclusie en aanbevelingen

In het plangebied zijn relevante cultuurhistorische structuren en objecten aanwezig. De cultuurhistorische waardevolle objecten, structuren en gebieden, zoals hierboven beschreven, moeten gehandhaafd worden en worden middels het bestemmingsplan beschermd.

  • Handhaving en versterking karakteristieke groenelementen in het gebied (o.a. groene wandeling van Heuvelink en karakteristieke bomen Rijnkade).
  • Er ligt een voornemen tot het creëren van een 'lieu de memoire' bij de John Frostburg. Dit bestemmingsplan moet dat mogelijk maken.
  • Bij nieuwe ontwikkelingen in het plangebied verwijzingen opnemen naar de geschiedenis ervan.

Bovenstaande inbreng is grotendeels gebaseerd op de Cultuurhistorische analyse gebied Rijnboog, Monumenten Adviesbureau, 2002. Apart cultuurhistorisch onderzoek lijkt niet nodig.

afbeelding "i_NL.IMRO.0202.791-0301_0022.jpg"

figuur 15, Cultuurhistorische waardenkaart Rijnboog