| Plan: | Bestemmingsplan Bestuurskwartier |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0202.791-0301 |
Het nationaal ruimtelijk beleid is verwoord in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (maart 2012).
De SVIR schetst het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid van het rijk in het perspectief van 2028 en 2040. De SVIR markeert een trendbreuk waarbij sterk wordt ingezet op decentralisatie van het ruimtelijk beleid naar provincies en gemeenten. In de nationale ruimtelijke hoofdstructuur maakt Arnhem deel uit van één van de negen 'stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren'; expliciet wordt 'Health Valley' in en rond Arnhem-Nijmegen genoemd en 'mode en design' in Arnhem als onderdeel van de aanwezige topsector ' Creatieve industrie'. Een 'aantrekkelijk vestigingsklimaat in en een goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren' wordt in de SVIR gemarkeerd als een nationaal belang.
Het rijk neemt een 'ladder voor duurzame verstedelijking' op in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro):
a. eerst bezien of en hoe groot de feitelijke ruimtelijke vraag is;
b. dan bezien of bestaand stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt;
c. als nieuwbouw echt nodig is, dan een optimale (multimodale) bereikbaarheid garanderen.
Het ruimtelijk beleid van de provincie is verwoord in het Streekplan Gelderland 2005 “Kansen voor de regio”. Bij de herziening van de Wro is het streekplan opgewaardeerd tot provinciale structuurvisie. In de "Wro-agenda" is neergelegd met welke (nieuwe) instrumenten het geformuleerde beleid wordt vormgegeven. In de provinciale verordening is deze structuurvisie doorvertaald naar concrete aanwijzingen waar bestemmingsplannen aan moeten voldoen.
De provincie werkt aan een nieuwe provinciale structuurvisie. Vaststelling wordt verwacht in 2013.
Het Regionaal Plan 2005-2020 van de Stadsregio Arnhem-Nijmegen 'Werken aan een aantrekkelijke en concurrerende stadsregio in Noordwest Europa' is de opvolger van het Regionaal structuurplan 2015 uit 1998. Het regionaal plan vormt het richtinggevend kader voor beleid en uitvoering van het regionaal beleid van de stadsregio op het gebied van ruimte, mobiliteit, economie en wonen.
Het gebruik van de ruimte in een stad verandert voortdurend. De gemeentelijke structuurvisie is een belangrijk kader voor het beoordelen en entameren van ruimtelijke initiatieven en plannen in de stad. In januari 2012 heeft het college de nieuwe ontwerp-structuurvisie Arnhem 2020, doorkijk 2040 vrijgegeven. Deze zal naar verwachting eind 2012 worden vastgesteld door de raad.
De structuurvisie benoemt de belangrijkste principes voor het ruimtelijk ontwikkelingsperspectief van de stad en geeft een uitwerking van dit perspectief zowel naar een aantal thema's als naar gebieden in de stad, de zogenaamde 'koersgebieden'.
Ook agendeert de structuurvisie drie op te stellen structuurvisie-uitwerkingen: Stad aan de rivier, Wijkvernieuwing in Zuid, Duurzame energie.
Het plangebied maakt deel uit van de Stadspassage, een strategische zone in het hart van de stad die meerdere stadsmilieus en koersgebieden overkoepelt en verbindt. Tezamen vormen deze gebieden een samenhangende reeks met een belang op stedelijke schaal.
De structuurvisie benoemt het plangebied verder als onderdeel van het Koersgebied Binnenstad.
Onder 'karakteristiek' wordt daarbij onder meer opgemerkt dat er sprake is van een concentratie van grote overheidsgebouwen omgeven door ruim bemeten openbare ruimte, pleinen en historische gebouwen. De overgang tussen het plangebied en de nabijgelegen historische binnenstad wordt als breuklijn ervaren.
Onder 'Ontwikkelingsrichting en opgaven' wordt aangegeven dat de binnenstad een centrumfunctie vervult maar onder druk staat van veranderend consumentengedrag, veranderende manier van werken, economische recessie en bevolkingskrimp. Om de voordelen van de binnenstad als motor voor stedelijke dynamiek en als huiskamer van de stad te handhaven, is het zaak de binnenstad toekomstbestendig te maken. Daarbij gelden centrumstedelijke kwaliteit en Arnhemse kwalilteit als uitgangspunten voor de te bepalen ruimtelijke en programmatische koers. In dit kader wordt onder meer het monofunctionele karakter en de gebrekkige ruimtelijke samenhang van het Bestuurskwartier genoemd als te versterken punten. De structuurvisie ziet voor het zuidelijke gedeelte van de binnenstad dat zich kansen voordoen voor de verbetering wanneer de grote gebruikers van het gebied, Provincie en Justitie, besluiten tot ver- of nieuwbouw, maar ook als het Oostelijk Centrumgebied tot ontwikkeling komt.
Ook van belang is het perspectief geschetst voor het koersgebied Oostelijk Centrumgebied.
Een woonprogramma in combinaties met lichte, kleinschalige bedrijfsruimten wordt beoogd. Streefbeeld is hier een creatief uitwisselingsmilieu in een nieuw levendig stedelijk gebied dat inspeelt op de industriële historie van de plek. Aanhaking aan het binnenstadsmilieu via het gebied van het Bestuurskwartier is daarom van belang.
figuur 11, Structuurvisie 2020-2040, Typologie ruimtelijke milieus