| Plan: | Bestemmingsplan Rijnboog Kenniscluster |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0202.732-0301 |
De toekomstige locatie van het Kenniscluster ligt nu braak. Daarnaast wordt nu een deel gebruikt als parkeervoorziening en voor de rijbaan van de Nieuwe Oeverstraat. Deze laatste straat krijgt een totaal ander en smaller profiel, waardoor een locatie ontstaat die een belangrijk publiek programma kan huisvesten. De opgave is om hier een Kenniscluster te realiseren dat een belangrijke bijdrage levert aan de vitaliteit van de zuidelijke binnenstad. Het Kenniscluster ondersteunt in zijn vormgeving en functie de nieuwe loop- en fietsroute via de Oude Oeverstraat .
Gedurende de wederopbouw in de jaren '50 en '60 is het plangebied en zijn omgeving als een restgebied behandeld. De overgang tussen de historische binnenstad en de wederopbouwfase is duidelijk herkenbaar. De openbare ruimte lijkt beschouwd als de restruimte die tussen de bebouwing overbleef.
In het project Rijnboog wordt de openbare ruimte in dit gebied gezien als de hoogwaardige “voeg” die de oude en de nieuwe structuur en gebouwen met elkaar verbindt. De oost-westroute die zo ontstaat is voor het langzaam verkeer een belangrijke route in het project Rijnboog. Aan deze route vinden bijzondere gebouwen hun plaats. Ook het kenniscluster met haar culturele en educatieve programma vormt een van de het ankerpunten aan deze publieke route.
De markante hoofdentree van het Kenniscluster is geprojecteerd aan het Bartokplein waar de Kortestraat, de Oude Oeverstraat, de Kleine Oord en de Vossenstraat samenkomen. Het nieuwe gebouw vormt met z'n transparante hoofdentree een baken aan het plein. Vanuit de visie voor de openbare ruimte wordt gestreefd naar een hoogwaardig plein, waarbij de hoofdfunctie verblijven en ontmoeten is.
Deze stedenbouwkundige ingreep is er op gericht om de overgang te vormen tussen de schaal van de historische binnenstad en de schaal van de wederopbouw. In het bestemmingsplan wordt hierop ingespeeld door een verloop in hoogte van de bebouwing. De maat en inrichting van de openbare ruimte wordt sterk geïnspireerd op de historische binnenstad.
1. Beoogd karakter
Het blok vormt één van de 'passtukken' tussen de binnenstad en het gebied rond de Weerdjesstraat. Het alignement van het blok, de precieze vormgeving van de hoek aan het Bartokplein, de structuur van de gevelopbouw, en de textuur van de gevel moeten de aangrenzende route benadrukken. Dit vereist een zorgvuldige architectuur van uitstekende kwaliteit. Het programma maakt het mogelijk om een sterk beeldbepalend gebouw te maken; een gebouw dat de richting van de nieuwe loop- en fietsroute accentueert, de overgang vormt tussen historische binnenstad en wederopbouwgebied, maar tegelijkertijd een sterk eigen karakter openbaart. De maatvoering van de openbare ruimte rond het gebouw sluit aan op de maat en schaal van de binnenstad. Ook met de detaillering en vormgeving van de gevel wordt op eigentijdse wijze aangesloten op het karakter van de binnenstad.
2. Rooilijnen
De noordelijke rooilijn van het Kenniscluster en het Bartokblok liggen direct in elkaars verlengde. Daarmee wordt de nieuw te vormen loop- en fietsroute geaccentueerd. Aan de oostzijde grenst het gebouw aan het Bartokplein. Hier is een zekere overlap mogelijk tussen plein en gebouw. Eén en ander moet zodanig worden uitgewerkt dat het plein in zijn volle afmeting als plein te beleven is. De afstand tot de Arnhem Building aan de westkant bedraagt minimaal 4 meter.
3. Bouwhoogte
De noordelijke rooilijn heeft een maximale bouwhoogte van 23 meter. Door middel van set-backs kan de bouwhoogte in zuidelijke richting oplopen tot 27 meter. Vanaf de vijfde verdieping loopt het maximaal te bebouwen oppervlak terug: maximaal 80% voor de 6e laag tot minder dan 50% voor de 7e laag.
4. Begane grond verdieping
De begane grondverdieping heeft vooral aan de noord- en oostzijde een levendige uitstraling. Voor voorbijgangers moeten het publieke karakter en de functie van het gebouw duidelijk zijn. De meer utilitaire of gesloten kant van het gebouw bevindt zich (in ieder geval op de begane grond) aan de zuidkant.
Bijzondere aandacht verdient de koppeling met de ter plaatse aanwezige historische kelders aan de noordzijde.
5. Karakter van de gevel
Het Kenniscluster moet een herkenbaar gebouw met een sprekende gevel worden. Het hoeft niet de beeldtaal of materialisering van de binnenstad over te nemen. Er worden geen sterk spiegelende materialen toegepast.
6. Ondergrondse bouwdelen
Om zorgvuldig archeologisch onderzoek te kunnen doen en om de beneden peil gelegen onderdelen van het gebouw te kunnen realiseren is het vanwege de bodemgesteldheid en de ondergrondse waterstromen ter plaatse noodzakelijk dat voorafgaand aan de daadwerkelijke bouw van het Kenniscluster rondom het gebouw zogenaamde Cutter Soil Mix (CSM)-wanden worden gerealiseerd. Deze wanden worden gerealiseerd via een techniek waarbij trillingsvrij beschoeiingwanden en funderingen kunnen worden gerealiseerd. Er wordt gebruik gemaakt van het ter plaatse mengen van de aanwezige grond met een cement specie om een grondwerende wand of fundering te verkrijgen.. Deze wanden zullen een diepte krijgen van max. 14,5 meter beneden peil. Op deze wijze kan worden voorkomen dat er verzakkingen in de omgeving zullen ontstaan. Daartoe is aanvullend geohydrologisch onderzoek uitgevoerd (zieBijlage 7).
7. Relatie met de omgeving
Het gebouw heeft een eigenstandige functie en vormt een herkenbaar element in de stad. Het oriënteert zich in belangrijke mate op het Bartokplein ten oosten van het gebouw, en het bepaalt daarmee in belangrijke mate het publieke karakter van dit plein. Daar oriënteert het gebouw zich mede op, ook ter versterking met de daar gesitueerde cultuurfuncties.