direct naar inhoud van Artikel 3.3 Algemene vrijstellingsbepalingen
Plan: Bestemmingsplan Buitengebied Arnhem Noord 2007
Status: onherroepelijk
Plantype: ex art. 10 WRO beheer/ontwikkeling
IMRO-idn: NL.IMRO.02020000701-

Artikel 3.3 Algemene vrijstellingsbepalingen

Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van:

  • 1. de in deze voorschriften opgenomen bebouwingsregels, voor zover betreffende de maximumbouwhoogte, de maximum goothoogte, het maximum vloeroppervlak en de maximum inhoud, mits de afwijking niet meer bedraagt dan 10% van de in de voorschriften vastgelegde maten.
  • 2. de verplichting tot het bouwen binnen het bouwvlak, zoals bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, mits de overschrijding van deze grens niet meer bedraagt dan 2 meter en het de bouw betreft van erkers, luifels, balkons of galerijen;
  • 3. de verplichting tot het bouwen binnen het bouwvlak, zoals bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, voorzover het de bouw van volledig beneden peil gelegen bouwwerken betreft, mits:
    • a. een diepte van 6 meter niet wordt overschreden;
    • b. het maaiveld wordt afgewerkt op een wijze die past binnen de bestemming;
    • c. geen onevenredige toename van de parkeerdruk plaatsvindt;
  • 4. de bestemmingsbepalingen voor het oprichten van
    • a. kunstobjecten en niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut, zoals transformatorstations, rioolgemalen, schakelhuisjes, telefooncellen voorzover met een inhoud groter dan 3 m3, en wachthuisjes voor vervoersdiensten, alle met een inhoud van maximaal 75 m3;
    • b. sirenemasten met een hoogte van maximaal 18 m;
    • c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van (tele)communicatie:
      • 1. voorzover vrijstaand, met een hoogte van maximaal 20 m;
      • 2. voorzover op of aan een andere bouwwerk te plaatsen, met een hoogte van maximaal 8 meter boven de op de plankaart aangegeven maximumbouwhoogte;
    • d. geluidwerende voorzieningen.
  • 5. Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van de in deze voorschriften opgenomen bepalingen omtrent de maximum bouwhoogte en maximum aantal bouwlagen voor het oprichten van hekwerken ten behoeve van het gebruik van platte daken als dakterras voor woondoeleinden tot een maximum van 1,20 meter boven de maximaal toegestane bouwhoogte mits:
    • a. dit passend is in het bebouwingsbeeld van de omringende bebouwing,
    • b. er geen beperking in het gebruik voor wat betreft de onderliggen bestemming ontstaat en
    • c. de belangen van omwonenden met betrekking tot ptivacy, uitzicht en bezonning niet onevenredig worden geschaad.