direct naar inhoud van Artikel 2.8 Recreatieve doeleinden
Plan: Bestemmingsplan Buitengebied Arnhem Noord 2007
Status: onherroepelijk
Plantype: ex art. 10 WRO beheer/ontwikkeling
IMRO-idn: NL.IMRO.02020000701-

Artikel 2.8 Recreatieve doeleinden

2.8.1. Doeleinden

De op de plankaart als "Recreatieve doeleinden" aangewezen gronden zijn met inachtneming van het bepaalde in de artikelen Artikel 2.25 en Artikel 2.27 bestemd voor:

  • a. het beoefenen van de tennissport voorzover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met "(tb)";
  • b. het beoefenen van de hondensport voorzover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met "(hs)";
  • c. voorzieningen ten behoeve van de zweefvliegsport, met de daarbij behorende voorzieningen zoals verblijfsrecreatief medegebruik van kampeermiddelen en horecabedrijven A tot en met C, voorzover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met "(zv)";
  • d. het beoefenen van de golfsport voorzover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met "(gt)"
  • e. verblijfsrecreatief gebruik van kampeermiddelen, met de daarbij behorende voorzieningen, waaronder horecabedrijven A tot en met C voorzover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met "(cp)";
  • f. het beoefenen van de paardensport voorzover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met "(mn)";
  • g. de aanleg en instandhouding van het gebruik als volkstuinen voorzover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met "(vt)";
  • h. tentoonstellingsterrein en evenemententerrein ten behoeve van volkskundig-educatieve en volkskundig-museale doeleinden en evenementen voorzover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met "(om)";
  • i. een attractiepark voorzover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met "(ap)"
  • j. telecommunicatiedoeleinden ter plaatse van de aanduiding "telecommunicatiemast"
  • k. wegen ten behoeve van bestemmingsverkeer;
  • l. wegen ten behoeve van calamiteitenafhandeling.

2.8.2. Bouw- en inrichtingsvoorschriften

Op deze gronden mogen, met inachtneming van het bebouwingspercentage en de maximumbouwhoogte, welke op de plankaart zijn aangegeven uitsluitend in de gegeven bestemming passende gebouwen en andere bouwwerken worden gebouwd, met dien verstande dat:

  • a. in afwijking hiervan de bouwhoogte van een telecommunicatiemast maximaal 40 meter mag bedragen. Per bestemming mag slechts één telecommunicatiemast worden geplaatst;
  • b. de hoogte van 80+NAP niet mag worden overschreden.
  • c. op de gronden bestemd als "RC (gt)" , de oppervlakte van een slaghut ten hoogste 50m3mag bedragen;
  • d. op de gronden bestemd als "RC (cp)" en "RC (mn)" maximaal één bedrijfswoning is toegestaan per bestemmingsvlak;
  • e. op de gronden bestemd als "RC(ap)"
    - maximaal 3 bedrijfswoningen toegestaan;
    - een conferentieruimte is toegestaan, mits het gebruik hiervan minimaal 90% attractiepark gerelateerd is;
  • f. op de gronden bestemd als "RC (cp)"
    - uitsluitend centrale campingaccommodaties, zoals een kampwinkel en slechtweeraccommodaties zijn toegestaan;
    - per (sta)caravan één berging mag worden opgericht met een maximaal oppervlak van 6 m2 en een maximumbouwhoogte van 2,5 m;
    - stacaravans slechts mogen worden geplaatst op de gronden, begrensd door de op de plankaart aangeduide "grens standplaatsen stacaravans", en tot een maximum zoals dat met een daartoe strekkende aanduiding op de plankaart is gegeven.
    - maximaal 14 recreatiewoningen, met een maximumbouwhoogte van 3 meter mogen worden gebouw, voorzover op de plankaart aangeduid met "recreatiewoningen toegestaan";
    - een manege is toegestaan, voorzover op de plankaart aangeduid met "tevens bestemd voor manege"
  • g. op de gronden bestemd als "RC(zv)" stacaravans slechts mogen worden geplaatst op de gronden, begrensd door de op de plankaart aangeduide "grens standplaatsen stacaravans", en tot een maximum zoals dat met een daartoe strekkende aanduiding op de plankaart is gegeven.
  • h. op de gronden bestemd als "RC (gt)" is het gebruik ten behoeve van parkeervoorzieningen slechts toegestaan binnen het op de plankaart aangegeven gebied "parkeren".
2.8.3. Vrijstelling
  • a. Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in:
    1.artikel 1.2 lid 1 en lid 2.8.2, voorzover het gronden betreft met de bestemming "RC(tb)" en RC(hs)" ten behoeve van het bouwen van lichtmasten, met een maximale hoogte van 15 meter, met dien verstande dat de:
    a. de vrijstelling niet wordt verleend, indien de verticale verlichtingssterkte meer zal bedragen dan 5 lux en de armatuurlichtsterkte meer zal bedragen dan 7500 cd., gemeten op maximaal 50 meter van de beoogde plaats voor de lichtmasten
    b. de vrijstelling niet wordt verleend, indien de gebruikstijden voor de aangevraagde verlichting buiten de tijdstippen 7.00-22.00 uur zullen vallen.
    2. artikel 1.2 lid 1, voorzover het gronden betreft met de bestemming "RC (mn)", ten behoeve van het bouwen van lichtmasten met een maximale hoogte van 9 meter;
    3. artikel 1.2 lid 1, voorzover het gronden betreft met de bestemming "RC (vt)" ten behoeve van de bouw van kleine bouwwerken met een maximumbouwhoogte van 2,50 meter en een maximum bouwoppervlak van 3,50 m2;
    4. lid 2.8.2, onder b van dit artikel ten behoeve van het oprichten van kleinschalige voorzieningen ten behoeve van de golfsport, zoals schuilhutten, met een maximale oppervlakte van 10 m2 per bouwwerk en een maximale bouwhoogte van 3 meter;
    5. lid 2.8.2, onder c van dit artikel, voorzover het gronden betreft met de bestemming " RC (cp)", ten behoeve van het oprichten van een extra bedrijfswoning indien dit noodzakelijk is uit het oogpunt van een doelmatige bedrijfsvoering.
  • b. Voorzover de vrijstelling betrekking heeft op gronden die zijn gelegen binnen het "grondwaterbeschermingsgebied" wordt geen vrijstelling verleend dan nadat hierover advies is ingewonnen bij de waterbeheerder.
2.8.4. Strijdig gebruik
  • a. Onder gebruik van gronden, in strijd met de bestemming, als bedoeld in artikel 3.2 van deze voorschriften, wordt in ieder geval begrepen:
    1. gebruik van gronden als standplaats voor onderkomens en stacaravans of voor enige andere vorm van kamperen anders dan in verband met de zweefvliegsport, zoals bepaald in lid 1 onder c van dit artikel.
    2. het permanent bewonen van
    a. kampeermiddelen en
    b. bouwwerken ten behoeve van de centrale campingaccommodaties, met uitzondering van bedrijfswoningen,
    voorzover het gronden betreft met de bestemming "RC (cp)";
2.8.5. Aanlegvergunningen

Het bepaalde in Artikel 2.28 is van toepassing