direct naar inhoud van Artikel 2.6 Agrarische doeleinden
Plan: Bestemmingsplan Buitengebied Arnhem Noord 2007
Status: onherroepelijk
Plantype: ex art. 10 WRO beheer/ontwikkeling
IMRO-idn: NL.IMRO.02020000701-

Artikel 2.6 Agrarische doeleinden

2.6.1. Doeleinden

De op de plankaart als "agrarisch doeleinden" aangewezen gronden zijn met inachtneming van het bepaalde in Artikel 2.25 en Artikel 2.27 bestemd voor:

  • a. grondgebonden agrarische bedrijven, waaronder niet wordt begrepen kwekerij of hoveniersbedrijf;
  • b. onoverdekte voorzieningen ten behoeve van de paardensport;
  • c. bedrijfswoning;
  • d. wegen ten behoeve van bestemmingsverkeer;
    alsmede voor het daartoe als zodanig op de plankaart aangegeven gebied voor:
  • e. onverharde parkeervoorzieningen.
2.6.2. Bouw- en gebruiksvoorschriften
  • a. Op de in lid 2.6.1 genoemde gronden mogen, met inachtneming van het bebouwingspercentage en de maximumbouwhoogte welke op de plankaart zijn aangegeven, uitsluitend in de gegeven bestemming passende gebouwen en andere bouwwerken worden gebouwd, zoals schuren, stallen, mesttanks en silo's, met dien verstande dat:
    - de hoogte van 80+NAP niet mag worden overschreden.
    - maximaal één bedrijfswoning met een maximuminhoud van 500 m3 per bedrijf mag worden opgericht;
    - de bouw van kassen niet is toegestaan;
    - het bouwen ten behoeve van niet-grondgebonden agrarische bedrijfsactiviteiten niet is toegestaan;
    - het oprichten van lichtmasten niet is toegestaan.
  • b. Voorzover de gronden primair bestemd zijn voor Landschappelijke Waarden mag op deze gronden niet worden gebouwd.
  • c. De gronden aangeduid met "onverhard parkeren" mogen uitsluitend als zodanig worden gebruikt ten behoeve van het naastgelegen parkeerterrein met de bestemming "Verkeersdoeleinden-verblijfsgebied" indien dit noodzakelijk is ter voorkoming van parkeeroverlast en tot een maximum van 80 dagen per jaar.
2.6.3. Vrijstellingen

Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van:

  • a. het bepaalde in lid 2.6.2 onder a. van dit artikel ten behoeve van:
    - het buiten het bouwvlak bouwen van kleine bouwwerken met een maximum
    oppervlakte van 12 m2 ten behoeve van het agrarische gebruik;
    - het bouwen van een potstal voor zover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met "vrijstellingsmogelijkheid voor potstal";
    - het oprichten van maximaal één extra bedrijfswoning boven het in lid 2.6.2 genoemde aantal indien dit noodzakelijk is uit een oogpunt van een doelmatige agrarische bedrijfsvoering. Deze vrijstelling wordt niet verleend dan na advies van de afdeling Landelijk Gebied van de provincie Gelderland.
    - het bouwen van kleine bouwwerken met een maximum oppervlakte van 12 m2 ten behoeve van het agrarische gebruik indien dit noodzakelijk is uit een oogpunt van een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en de aanwezige landschappelijke waarden niet onevenredig worden geschaad.
    - het oprichten van maximaal 3 verblijfplaatsen voor schapen (schaapskooi) met een maximaal vloeroppervlak van 100 m2 per bouwwerk, een bouwhoogte van maximaal 7 meter en een dakhelling van minimaal 45% en maximaal 60%, voorzover de gronden op de plankaart zijn aangeduid met "vrijstellingsmogelijkheid voor schaapskooi";
    - bouwen van onoverdekte voorzieningen ten behoeve van de paardensport, mits:
    - zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing;
    - de afmetingen maximaal 20 bij 40 meter bedragen.
  • b. Voor zover de vrijstelling betrekking heeft op gronden die zijn gelegen binnen het "grondwaterbeschermingsgebied" wordt geen vrijstelling verleend dan nadat hierover advies is ingewonnen bij de waterbeheerder.
2.6.4. Strijdig gebruik
  • a. Onder gebruik van gronden en opstallen in strijd met de bestemming, als bedoeld in Artikel 3.2 van deze voorschriften, wordt in ieder geval begrepen het gebruik van gronden:
    1. als standplaats voor stacaravans en soortgelijke onderkomens; Deze gebruikvorm is niet verboden indien en voorzover deze onlosmakelijk verbonden is met werken of werkzaamheden waarvoor een aanlegvergunning is verleend.
    2. voor de uitoefening van enige tak van handel of bedrijf, niet zijnde een krachtens deze bestemming toegelaten bedrijf;
    3. voor recreatieve doeleinden, anders dan bedoeld in artikel 2.6.1 onder b;
    4. voor permanente bewoning (met uitzondering van bedrijfswoningen).
2.6.5. Aanlegvergunningen

Het bepaalde in Artikel 2.28 is van toepassing.