direct naar inhoud van Artikel 2.21 Transportleidingen
Plan: Bestemmingsplan Buitengebied Arnhem Noord 2007
Status: onherroepelijk
Plantype: ex art. 10 WRO beheer/ontwikkeling
IMRO-idn: NL.IMRO.02020000701-

Artikel 2.21 Transportleidingen

2.21.1. Doeleinden
  • a. Voor zover op de plankaart:
    1. een hoogspanningsleiding-bovengronds is aangegeven, zijn de gronden voor 22,5 meter ter weerszijden van de as van deze leiding primair bestemd voor het transport van elektriciteit door een bovengrondse hoogspanningsleiding.
    2. een hoogspanningsleiding-ondergronds is aangegeven, zijn de gronden voor 4 meter ter weerszijden van de as van deze leiding primair bestemd voor het transport van elektriciteit door een ondergrondse hoogspanningsleiding.
    3. een aardgasleiding is aangegeven, zijn de onderliggende gronden voor 4 meter ter weerszijden van de as van deze leiding bestemd voor het transport van gas door een hoofdtransportleiding.
    4. een rioolpersleiding is aangegeven, zijn de onderliggende gronden voor 4 meter ter weerszijden van de as van deze leiding bestemd voor het transport van afvalwater door een rioolpersleiding.
    5. een brandstofleiding is aangegeven, zijn de onderliggende gronden voor 10 meter ter weerszijden van de as van deze leiding bestemd voor het transport van vloeibare brandstof door een brandstofleiding.
  • b. Secundair zijn de in het eerste lid, onder a genoemde gronden bestemd voor op de plankaart aangewezen bestemmingen.
2.21.2. Bouwvoorschriften

Uitsluitend mogen worden gebouwd bouwwerken ten dienste van de in lid 2.21.1 onder a. genoemde bestemmingen, waarbij:

  • a. de bouwhoogte van de hoogspanningsleiding maximaal 50 meter bedraagt;
  • b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken maximaal 3 meter bedraagt,

met dien verstande dat de hoogte van 80+NAP niet mag worden overschreden.

2.21.3. Vrijstelling

Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 2.21.2 voor de bouw van bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van de secundaire bestemmingen, zoals bedoeld in het lid 2.21.1 onder b. mits:

  • a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig functioneren van de leidingen en de veiligheid daarvan;
  • b. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de beheerder van de betrokken leidingen omtrent het onder a. gestelde.
2.21.4. Aanlegvergunningen

Het bepaalde in artikel 2.28 is van toepassing.