Artikel 1.3 Algemene beschrijving in hoofdlijnen
1.3.1. Algemeen
-
a. het bestemmingsplan vormt de juridische basis voor de gewenste ontwikkelingen in het plangebied;
-
b. het ruimtelijk beleid heeft als primaire doelstelling het behoud en de versterking van aanwezige waarden van natuur, landschap, cultuurhistorie en archeologie;
-
c. het bestemmingsplan beoogt ruimte te geven aan ontwikkelingen binnen de primaire doelstelling; deze ontwikkelingen dienen tevens te passen binnen het geformuleerde sectorbeleid;
-
d. als uitgangspunt geldt dat schade aan natuur en bos binnen het plangebied gecompenseerd dient te worden;
-
e. het juridisch karakter van deze beschrijving in hoofdlijnen is indicatief. Zij kan worden gehanteerd als algemeen kader bij het verlenen van vrijstellingen en het stellen van nadere eisen op grond van het bepaalde in artikel 15 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en bij toepassing van de in het bestemmingsplan op grond van artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening verleende wijzigingsbevoegdheden door burgemeester en wethouders;
-
f. het bepaalde in de Europese Habitatrichtlijn ( EEG nr. 92/43) alsmede het bepaalde in de Flora en Faunawet (d.d. 1 april 2002) en de Natuurbeschermingswet (d.d. 1 oktober 2005) is van overeenkomstige toepassing.
1.3.2. Gebiedsdifferentiatie
-
a. In het plangebied wordt uitgegaan van een onderscheid in beleidsaccenten tussen plandelen. Op de van dit artikel deel uitmakende kaart, blad 1 "Hoofdaccenten plangebied" wordt onderscheid gemaakt tussen:
- stedelijke concentratiepunten: hier is intensivering van activiteiten mogelijk voor zover de aanwezige waarden niet onevenredig worden aangetast;
- een zone met hoofdaccenten cultuur en natuur: in deze zone is het ruimtelijk beleid primair gericht op behoud, herstel en versterking van de aanwezige waarden; i intensivering en uitbreiding van andere activiteiten is uitsluitend toegelaten na compenserende en mitigerende maatregelen;
- en een zone met hoofdaccent natuur: in deze zone is het ruimtelijk beleid primair gericht op behoud, herstel en versterking van de aanwezige landschappelijke- en natuurwaarde; intensivering en uitbreiding van andere activiteiten is in deze zone niet toegestaan;
-
b. Daarnaast wordt in bepaalde gebieden gestreefd naar het realiseren van migratieroutes voor fauna (Warnsborn-trekroute en Hoge Veluweroute; zie onder 5), als weergegeven op de van dit artikel deel uitmakende kaart, blad 3 "Ontwikkelings kaart migratieroutes fauna".
1.3.3. Relatie met beleid overheid
Het bestemmingsplan beoogt het door rijk (Planologische kernbeslissingen) provincie (Streekplan, Waterhuishoudingsplan, Provinciale verkeers- en vervoersplan, Milieubeleidsplan, beleidsplan Veluwe 2010) en waterschappen geformuleerde sector- en facetbeleid op het gemeentelijke schaalniveau te implementeren.
1.3.4. Afstemming op milieubeleid
-
a. Algemeen
Het bestemmingsplan beoogt de afstemming van ruimtelijke en milieudoelstellingen te bewerkstelligen.
-
b. Verzuring als gevolg van ammoniakemissie
Door de verzuringgevoelige bodemgesteldheid in het plangebied geldt als uitgangspunt het zogenaamde "stand-still" beginsel.
-
c. Stankhinder
Gestreefd wordt naar het terugdringen van stankhinder. Bij de uitvoering van beleid wordt mede de Brochure Veehouderij en Hinderwet gehanteerd.
-
d. Geluid
Het ruimtelijk beleid is gericht op het terugdringen van de binnen het plangebied optredende geluidhinder. Uitbreiding van geluidhinder binnen het plangebied dient elders binnen het plangebied gecompenseerd te worden. (Gestreefd wordt naar vermindering van de geluidemissie van lawaaisporten en van weg- en spoorwegverkeer binnen het plangebied). Bij de uitvoering van het beleid zal mede het op grond van de Wet Milieubeheer en de Wet Geluidhinder ter beschikking staande instrumentarium worden gehanteerd.
-
e. Lucht
Als uitgangspunt geldt dat geen nieuwe knelpunten met betrekking tot luchtverontreiniging mogen ontstaan. Bestaande knelpunten (Nox-waarde) dienen door te nemen milieumaatregelen opgeheven te worden.
1.3.5. Landschap- en natuurontwikkeling / Ecologie
-
a. Het bestemmingsplan beoogt randvoorwaarden te geven aan het behoud, het herstel en de versterking van de aanwezige landschappelijke waarde. Aan dit beleid wordt onder meer uitvoering gegeven door al dan niet in samenwerking met particulieren uitvoeringsprogramma's op te stellen onder meer voor laanverjonging en herstel van houtwallen;
-
b. Bij ontwikkelingen binnen het plangebied geldt als uitgangspunt dat de op de van dit artikel deel uitmakende kaart, blad 2 "Toetsingskaart landschaps- en natuurelementen" aangegeven elementen niet onevenredig mogen worden geschaad;
-
c. Het streven is gericht op realisatie van de op de kaart, blad 3 "Ontwikkelingskaart migratieroutes fauna" aangegeven migratieroutes voor dieren daadwerkelijk worden gerealiseerd. Aan dit beleid wordt mede uitvoering gegeven door met het rijk afspraken te maken over de verwezenlijking van ecoducten en met particulieren over beheersmaatregelen;
-
d. Gestreefd wordt naar het terugdringen van versnippering onder meer door het opheffen van barrières door middel van het verwijderen van rasters, tenzij deze nodig zijn voor faunageleiding;
-
e. Het streven is erop gericht de waarden voor natuur en landschap, zoals aangegeven voor het totale gebied, te vertalen in aandachtspunten voor locaties waar veranderingen voorzien zijn;
-
f. Gestreefd wordt naar het realiseren van natuurontwikkelingzones, ecologische verbindingszones, het stimuleren van akkerrandenbeheer. Voorts is het streven gericht op ontwikkeling, behoud en herstel van houtwallen. Tenslotte wordt gestreefd naar het behoud en versterken van de aanwezige landschappelijke waarde, met name het behoud en de ontwikkeling van graasweiden in het gebied op de kaart, blad 1 Hoofdaccenten Plangebied;
-
g. Uitgangspunt is dat compensatie van bos en natuur bij voorkeur plaatsvindt in natuurontwikkelingzones binnen het plangebied.
1.3.6. Cultuurhistorie en archeologie
-
a. Uitgangspunt is dat de op plankaart 5 aangegeven cultuurhistorische waarden niet mogen worden geschaad.
-
b. Gestreefd wordt naar het behoud en herstel van de in het plangebied voorkomende landgoederen (Mariendaal, Warnsborn, Vijverberg, Westerheide).
1.3.7. Agrarisch beleid
-
a. Gestreefd wordt naar het behoud van de agrarische functie in landschappelijk waardevolle gebieden, met name in het gebied op de kaart blad 1 " Hoofdaccenten plangebied" aangeduid met de hoofdaccenten cultuur en natuur.
-
b.
Extensief recreatief medegebruik (kamperen bij de boer) is in beperkte mate toegestaan.
-
c. Vanwege de aanwezige landschappelijke- en natuurwaarde van de gronden is omschakeling naar niet grondgebonden agrarische bedrijvigheid en naar intensieve plantaardige teelten (bomen- en sierteelt, kassen) niet toegestaan.
-
d. Vanwege de aanwezige landschappelijke waarde van de gronden is het gebruik van teeltondersteunende voorzieningen ( folies, plastic tunnels) niet toegestaan.
-
e. Het streven is gericht op het stimuleren van natuurgericht beheer van landbouwgronden, waaronder het ontwikkelen van akkerrandenbeheer;
-
f. Vanwege de aanwezige landschappelijke waarde van de gronden biedt het bestemmingsplan geen ruimte voor nieuwvestiging van agrarische of semi-agrarische bedrijven (loonwerkers, kwekerijen).
-
g. In verband met de aanwezige landschappelijke waarde van de gronden is teeltwijziging naar akkers (scheuren van grasland) niet toegestaan.
1.3.8. Toerisme en Recreatie
-
a. Dagrecreatie
- extensieve dagrecreatie (wandelen, fietsen) is binnen het plangebied toegestaan.
- het bestemmingsplan biedt geen ruimte aan ontwikkelingen op het gebied van meer intensieve vormen van dagrecreatie, behoudens binnen de op de kaart aangegeven zone met intensieve stadsrandfuncties;
- vanwege de aanwezige landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden van de gronden biedt het bestemmingsplan geen ruimte aan uitbreiding en nieuwvestiging van maneges;
- met betrekking tot de grote publiekstrekkers (Nederlands Openlucht Museum, Burgers Zoo en Papendal) geldt als uitgangspunt de versterking en intensivering van de activiteiten op eigen terrein, waarbij de aanwezige waarden niet onevenredig mogen worden aangetast. Aantasting van genoemde waarden dient binnen het plangebied gecompenseerd te worden.
-
b. Uitgangspunt is de verplaatsing van het bestaande motorcrossterrein binnen de planperiode.
-
c. Verblijfsrecreatie
- kamperen bij de boer is uitsluitend bij agrarische bouwpercelen toegestaan;
- uitgangspunt is dat uitsluitend kwaliteitsverbetering van het voorzieningenniveau binnen bestaande grenzen van recreatiebedrijven is toegestaan, voor zover deze passen binnen de aan de gronden eigen zijnde waarde;
- het bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden voor permanente bewoning van recreatieverblijven;
- het bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden voor uitbreiding van recreatiewoningen.
1.3.9. Niet agrarische bedrijvigheid
-
a. Het ruimtelijk beleid is gericht op afname van het militair gebruik in het plangebied. Gebruiksveranderingen worden geregeld door een herziening van het bestemmingsplan.
-
b. Het bestemmingsplan voorziet niet in beduidende uitbreidingsmogelijkheid van niet-agrarische bedrijvigheid.
-
c. Bestaande bedrijvigheid mag worden gecontinueerd en worden gewijzigd in andere bedrijvigheid (milieucategorieën 1 en 2).
1.3.10. Maatschappelijke doeleinden
Het bestemmingplan voorziet vanwege de aanwezige waarden niet in uitbreiding.
1.3.11. Waterbeleid
-
a. het beleid is gericht op het tegengaan van verdroging: uitvoering wordt gegeven aan het gemeentelijke beleid terzake.
-
b. gestreefd wordt naar de instandhouding van de natuurlijke bolling van de grondwaterstand in het Veluwemassief;
-
c. gestreefd wordt voorts naar afname van de grondwateronttrekkingen met 25%;
-
d. gestreefd wordt naar een toename van loofbos ten koste van naaldbossen ("verloofing").
1.3.12. Grondwaterbeschermingsgebieden
Het beleid is gericht op bescherming van de als zodanig aangewezen gebieden. Binnen deze gebieden zijn geen nieuwe belastende activiteiten toegestaan, tenzij door burgemeester en wethouders daartoe een zogenaamde aanlegvergunning wordt verleend.
1.3.13. Externe veiligheid
Het streven is in verband met bestaande risicogrenzen gericht op het verplaatsen van het bestaande munitiedepot.
1.3.14. Ontgrondingen
Ter behoud van aardkundige waarden zijn grootschalige ingrepen in de bodem en vergravingen slechts toegestaan indien daartoe een zogenaamde aanlegvergunning van burgemeester en wethouders is verkregen.
1.3.15. Infrastructuur
Het beleid is er op gericht locale wegen zonder stroomfunctie voor autoverkeer door middel van het nemen van verkeersmaatregelen af te sluiten.