Artikel 1.2 Wijze van meten en overige toepassingen
a. Behoudens het bepaalde in de artikelen 4, 5 en 6 van deze voorschriften mag uitsluitend worden gebouwd binnen de op de plankaart aangegeven bouwgrens; de op deze kaart aangegeven bebouwing dient als illustratief te worden beschouwd.
b. De in het vorige lid van dit artikel bedoelde grens treedt in de plaats van de voor- en achtergevel rooilijnen, als bedoeld in de bouwverordening.
c. De hoogte van bouwwerken wordt gemeten vanaf N.A.P. tot het hoogste punt van een bouwwerk. Voor het hoogste punt van een bouwwerk worden niet in aanmerking genomen kleine elementen, zoals schoorstenen van beperkte afmetingen, daklijsten, liftopbouwen en technische ruimten.
d. Als bouwlaag wordt niet aangemerkt een geheel of nagenoeg geheel onder een schuin dakvlak gelegen onvolledige verdieping, evenmin als souterrains, kelders, garages of daarmede gelijk te stellen ruimten. Een bouwlaag komt overeen met een verdiepinghoogte van 2,70 meter - 4,00 meter van bovenkant vloer tot bovenkant vloer gemeten.
e. Er mag uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van de door de grens tussen verschillende maximumbouwhoogten van elkaar onderscheiden maximumbouwhoogten.